Verslag van de lezing over 'Trots' in het Wereldmuseum
20 mei 2011

Zaterdag 14 mei gaf Lama Jigmé Namgyal de vierde lezing in de serie ‘De Vijf Vergiften’ in het Wereldmuseum in Rotterdam. Na onwetendheid, begeerte en woede was het nu de beurt aan trots.
Omdat het woord trots nog wel eens voor verwarring wil zorgen (er is immers niets mis mee om trots te zijn op een bepaalde prestatie die jij of een ander hebt geleverd), is het woord ‘ego’ eigenlijk een betere omschrijving, begint Lama Jigmé even na drieën de lezing. Met ‘ego’ wordt zowel arrogantie bedoeld als een laag zelfbeeld, want het komt allemaal voort uit het ego. Waarom is dit een vergif?, vraagt Lama Jigmé zijn publiek. De Boeddha leefde zo’n 2500 jaar geleden, misschien is het tegenwoordig wel helemaal geen vergif meer. We kunnen dat allemaal zelf ervaren en analyseren. Is het nog steeds waar? Is het moeilijk om eerlijk te zijn? Om puur te zijn? Om te delen, te communiceren? Om je alleen te voelen?
In deze context betekent ‘vergif’ dat menselijke relaties niet puur kunnen zijn door het ego. Het ego is een obstakel voor pure menselijke relaties. Het gevaar van gedachten als ‘ik ben beter’ is ten eerste dat de omstandigheden altijd maar tijdelijk zijn. Kijk maar om je heen: succes, macht, geld, het is allemaal vergankelijk. Daarnaast kan de gedachte ‘ik ben beter’ anderen kan schaden, waardoor het onmogelijk is om goede relaties te hebben. Aan de andere kant zijn mensen die zich eenzaam of minderwaardig voelen, vaak geblokkeerd. We hebben allemaal menselijke relaties nodig, maar we weten niet hoe we echt open moeten zijn.
Dit heeft niets met boeddhisme of religie te maken. We hebben allemaal een menselijk leven en we hebben allemaal relaties nodig. Dat relaties vaak niet eenvoudig zijn, komt door de vijf vergiften: onwetendheid, begeerte, woede, trots en jaloezie. Ga maar na: als je irritatie voelt, waar komt dat dan vandaan? De vijf vergiften belemmeren het ontwikkelen van een vreedzame geest en harmonieuze relaties.
We voelen ons dus vaak óf te goed (I am the best) óf niet goed genoeg (I am no good), en beide zijn schadelijk. Dan is er geen balans, geen middenweg. Het is net als het nemen van een douche: het water moet niet te koud, maar ook niet te warm zijn. Het water, of ego, is verder hetzelfde, je moet alleen de balans zien te houden tussen warm en koud. Wees je steeds bewust van de vraag: brengt het mezelf of anderen schade toe?
Ego is niet alleen maar slecht. Soms is ego ook goed, of zelfs noodzakelijk. Bijvoorbeeld in het geval van studie. Studeren is een tegengif tegen een laag zelfbeeld. Je kunt altijd denken: ‘ik heb een geest, ik kan studeren’. En dat geldt ook voor meditatie. Een ander tegengif tegen een laag zelfbeeld is: geef nooit op.
Daarnaast is het noodzakelijk om je geest, net als je huis, regelmatig op te ruimen. Herinneringen en slechte gewoontes los te laten. En tenslotte is het van belang autonomie te ontwikkelen. Autonomie wil zeggen dat je je niet anders voelt wanneer iemand je een compliment of kritiek geeft. Je weet wie je bent, je kent je kwaliteiten en je valkuilen en je laat je niet van de wijs brengen. Als een douche met de juiste temperatuur: niet te heet, en niet te koud.
Zaterdag 18 juni is de laatste lezing in deze serie over de vijf vergiften: jaloezie.



H.H. Khenpo Jigmé Phuntsok