Gedragscode

Gedragscode tegen ongewenst gedrag en intimidatie

Phuntsok Chö Ling richt zich op het bevorderen van compassie. Vanuit deze visie worden alle vormen van intimidatie, discriminatie en/of ongewenst gedrag afgewezen.

1. Doel van de gedragscode
Het doel van deze gedragscode tegen ongewenst seksueel gedrag, geweld, pesten en discriminatie, is het scheppen van een veilige en prettige omgeving tijdens alle activiteiten vanuit Phuntsok Chö Ling. Hieronder vallen ook vergaderingen en informele bijeenkomsten. Deze gedragscode geeft aan welk gedrag binnen onze organisatie niet gewenst is en niet getolereerd kan worden. Daarnaast is de gedragscode bedoeld om diegenen te beschermen die het slachtoffer zijn van ongewenst gedrag of die discriminatie ondervinden en een klacht willen indienen.

Reikwijdte
Deze gedragscode is van toepassing op:
– alle leden van Phuntsok Chö Ling;
– de (gast)leraren of lama(‘s) van Phuntsok Chö Ling;
– alle personen die in opdracht van onze stichting werkzaam zijn;
– alle bezoekers aan ons centrum.

2. Begripsbepaling
Ongewenst gedrag: elke vorm van verbaal, non- verbaal of lichamelijk gedrag, waarvan degene die er zich schuldig aan maakt, weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van personen binnen de gemeenschap, en/of waarbij degene naar wie het gedrag gericht is dit als duidelijk ongewenst aanmerkt. Dit kan bijvoorbeeld blijken als het een intimiderende vijandige of vernederende sfeer creëert ten opzichte van de persoon die ermee te maken krijgt.

Seksuele intimidatie: elk gedrag van ongewenst seksuele aard is onaanvaardbaar. Dit kan bijvoorbeeld blijken als dergelijk gedrag intimiderend, ongewenst, onredelijk of beledigend is voor de persoon die ermee te maken krijgt. Voorbeelden: hinderlijke uitnodigingen, ongepaste aanrakingen of het ongepast tonen van seksueel getinte afbeeldingen.

Binnen de organisatie worden soms verschillende rollen aangenomen, zoals die van trainer, bestuurslid, facilitator of leraar. Ondanks dat er altijd sprake zou moeten zijn van gelijkwaardigheid, in welke rol dan ook, kan er soms sprake zijn van een (vermeende/gevoelde) machtsverhouding. Bij een dergelijke verstandhouding dient degene die de rol van leraar, coach, trainer e.d. vervult extra alert te zijn op het zuiver houden van zijn/haar eigen gedrag, en op signalen en gedrag van anderen. Een combinatie van een leraars- of trainersrol met een persoonlijke relatie dient vermeden te worden, omdat hier grensoverschrijdend gedrag vanuit de aangenomen rol op kan treden, terwijl dit niet grensoverschrijdend hoeft te zijn binnen de persoonlijke relatie. Daarom dient in een dergelijke omstandigheid de verhouding van rollen vanuit Phuntsok Chö Ling veranderd/beëindigd te worden.

Geweld: elke vorm van psychische druk, lastigvallen, bedreiging of fysiek ongewenst contact.

Pesten: elke vorm van terugkerend gedrag dat zich kan uiten in woorden en/of gedragingen, die tot doel of gevolg hebben dat de persoonlijkheid, de waardigheid, de psychische of fysieke integriteit van een persoon wordt aangetast, ofwel dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

Discriminatie: het mondeling of schriftelijk doen van uitspraken over personen vanwege hun ras, huidskleur, afkomst, godsdienst, geslacht, handicap, leeftijd, levensovertuiging of seksuele geaardheid; het verrichten van daden tegen personen of het maken van onderscheid tussen personen vanwege hun ras, huidskleur, afkomst, godsdienst, geslacht, handicap, leeftijd, levensovertuiging of seksuele geaardheid.

3. De klachtenprocedure
Een gedupeerde (of een getuige) van geweld, van pesterijen, van discriminatie of van ongewenst seksueel gedrag kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon. Wanneer pogingen om het probleem op informele wijze op te lossen passend zijn, zal dit als eerste overwogen worden, in goed overleg tussen de melder en de vertrouwenspersoon. Als dit ontoereikend wordt geacht of als dit na de ondernomen pogingen blijkt, doordat de veroorzaker bijvoorbeeld geen gedragsverandering laat zien, of andersoortig gedrag vertoont wat ook als ongewenst is aan te merken, kan het slachtoffer de onderstaande procedure volgen. De vertrouwenspersoon kan op verzoek het slachtoffer hierbij helpen (maar niet overnemen).

  • Opstellen van een schriftelijke en gemotiveerde klacht. Zodra de vertrouwenspersoon de klacht ontvangt, maakt deze dit kenbaar aan het bestuur van Phuntsok Chö Ling.
  • Als de (vermeende) veroorzaker een lid van het bestuur is zal deze niet deelnemen aan het bespreken van deze zaak.
  • Er worden zo nodig gesprekken met de gedupeerde en eventuele getuigen gehouden, om de zaak voor het bestuur en de vertrouwenspersoon zo helder mogelijk te krijgen.
  • Er wordt een vertrouwelijk verslag opgesteld over de situatie, door het bestuur.
  • Lama Jigme wordt hierover op de hoogte gesteld en kan kiezen in gesprek te gaan met betrokkene(n).
  • Er wordt door de vertrouwenspersoon en/of het bestuur (in onderling overleg te bepalen) een of meer gesprekken gehouden met de (vermeende) veroorzaker. Dit kan een periodiek karakter krijgen, indien dit past bij de situatie.
  • Afhankelijk van de uitkomst van de gesprekken, kan het bestuur gepaste maatregelen nemen. In ernstige gevallen kan dit inhouden: schorsing van alle activiteiten gerelateerd aan Phuntsok Chö Ling en/of melding naar het landelijk Meldpunt Intimidatie.

Indien de gedupeerde zich – om welke reden dan ook – niet wenst te richten tot de vertrouwenspersoon kan deze zich direct richten tot een (te kiezen) lid van het bestuur. Deze zal dan de rol van de vertrouwenspersoon in het verdere proces waarnemen. Indien het na het volgen van dit proces niet is gelukt voldoende verandering van gedrag te bewerkstelligen, kan overwogen worden de landelijke vertrouwenspersoon te raadplegen van de Boeddhistische Unie Nederland.